Spoelwormen

Er zijn twee soorten spelwormen die frequent voorkomen bij honden: toxocara Canis en Toxascaris Leonina.

 

A)Toxocara Canis:

 

Dit is de meest voorkomende spoelworm. Het verloop van de cyclus kennen is belangrijk om te begrijpen waarom ontworming nodig is.

Inwendige cyclus.

Larven uit oraal opgenomen eieren migreren vanuit de darm naar lever -> hart -> long -> luchtpijp, worden vervolgens opgehoest en ingeslikt om tenslotte volwassen te worden in de dunne darm en eitjes te produceren. Dit duurt ongeveer 1 maand. Een ander deel kapselt zich onderweg in en vormt een reserve van waaruit regelmatig larven vrijkomen om hun tocht naar de darm verder te zetten.

 Bij drachtige teven komen deze reservelarven massaal vrij en besmetten de pups vanaf de 42ste dag van de dracht reeds in de baarmoeder. De larven wachten in de lever van de foetus tot na de geboorte waarna ze hun reis via hart-long naar de darm aanvatten.

Pups worden ook nog eens de eerste 3 weken van de zoogperiode besmet via de moedermelk maar dit is van ondergeschikt belang in vergelijking tot de baarmoederlijke besmetting (5% vs. 95%).

Symptomen.

De klachten zijn afhankelijk van de leeftijd van het dier en de besmettingsgraad.

  1. Pups
    De letsels die de larven achterlaten op hun tocht kunnen vooral ernstig zijn voor pasgeboren pups. Zo is longontsteking tgv massale migratie de belangrijkste doodsoorzaak bij pups 2 – 3 dagen na de geboorte. Pups die de eerste fase van een zware besmetting overleven, sterven dikwijls toch nog t.g.v. maagdarmproblemen en de daarmee gepaard gaande vermagering en verzwakking.
    1. Deze pup had minder geluk, een gat in de darmen door massale worminfestatie.

      Lichte tot matige besmetting bij pups leidt tot groeivertraging, een dik buikje, diarree, braken, soms koorts, bloedarmoede en zenuwstoornissen.
    2. Oudere honden.
      Naast de migratieletsels in de verschillende inwendige organen, kan een zwaardere besmetting allergische processen in gang zetten vooral t.h.v. de darm. Lichte tot matige infecties zijn zelden een probleem, maar vormen wel een besmettingsbron voor anderen.

    Wist je dat :

    • mannelijke wormen tot 9 cm worden, en vrouwelijke wel tot 17 cm
    • een worm gemiddeld 4 maanden leeft; de vrouwtjes tot 200.000 eieren per dag produceren
    • bij een zware besmetting (>200 wormen) dagelijks tot 15 miljoen eitjes uitgescheiden worden in de buitenwereld
    • het in optimale omstandigheden (25-30°C, 95% vocht) slechts 9 – 15 dagen duurt vooraleer de eitjes een larve bevatten, klaar voor infectie
    • deze larven tot 3 jaar in de buitenwereld kunnen overleven en zeer resistent zijn aan het klimaat en aan klassieke ontsmettings- en reinigingsmiddelen
    • de ‘reservelarven’ van teefjes afkomstig van één enkele besmetting tot 3 drachten kunnen besmetten.

Gevaar voor de mens.

Indien per ongeluk wormeitjes in de darm van een mens verzeild geraken, zullen de larven die zich hieruit ontwikkelen proberen dezelfde reis als bij honden af te leggen. Dit zou nog niet zo erg, moest het gevaar niet bestaan dat ze hun weg kwijt geraken en op plaatsen in lichaam terechtkomen waar ze veel schade berokkenen, bvb. het oog. Dit fenomeen staat in de medische wereld bekend als het ‘larva migrans syndroom’. Zandbakken waar ook veel honden komen (en ontlasten) vormen een concreet gevaar voor kinderen.

 

Ontworming.

Uit het bovenstaande kan je afleiden dat

  • vroege en regelmatige ontworming van pups (week 2/4/6/8) noodzakelijk is;
  • teven vlak vóór de dekking, 2 weken vóór de geboorte en na de geboorte samen met de pups behandeld moeten worden;
  • honden die regelmatig buiten komen, ook regelmatig ontwormd moeten worden;
  • in kennels een strikte hygiëne belangrijk is.

Pups kunnen een zware infectie met maagdarmwormen oplopen in de baarmoeder of via de moedermelk, wat kan leiden tot ernstige ziekte nog voordat ontlastingsonderzoek mogelijk is. Daarom dienen pups routinematig ontwormd te worden met een geschikt ontwormingsmiddel vanaf een leeftijd van 2 weken, waarbij de behandeling iedere 2 weken herhaald wordt.
Kittens worden niet besmet in de baarmoeder, daardoor wordt bij kittens de behandeling gestart op een leeftijd van 3 weken en herhaald op 5 en 7 weken, daarna maandelijks tot de leeftijd van een half jaar. Lacterende teven en poezen dienen gelijktijdig met hun kleintjes ontwormd te worden om de ontwikkeling van een infectie te voorkomen.
Een infectie met spoelwormen kan ook optreden bij de oudere hond en kat zonder dat de eigenaar symptomen opmerkt. Zonder regelmatig uitgevoerd ontlastingsonderzoek is het immers moeilijk vast te stellen of een dier al dan niet geïnfecteerd is. Wormen zijn zeer vruchtbaar en één of twee wormen zijn al in staat om grote hoeveelheden eieren te produceren. Een regelmatige behandeling van de hond en kat met een geschikt ontwormingsmiddel is noodzakelijk als de ontlasting niet regelmatig onderzocht wordt.

Bij spoel- en haakwormen duurt de periode tussen het tijdstip van infectie en het tijdstip waarop eieren in de mest voorkomen 4 weken. Een maandelijkse behandeling wordt aanbevolen bij huisdieren in situaties met risico voor de volksgezondheid, zoals verblijf bij een familie met kleine kinderen waarbij het dier regelmatig in de tuin of elders buiten komt.
Een jaarlijkse of tweejaarlijkse behandeling is onvoldoende, een behandelingsfrequentie van minimaal vier keer per jaar geldt als algemene aanbeveling. Er kan gekozen worden voor een breed- of smalwerkend ontwormingsmiddel afhankelijk van het risico op de gelijktijdige aanwezigheid van andere worminfecties

Wanneer een eigenaar ervoor kiest om niet regematig  te ontwormen, kan een maandelijks of driemaandelijks ontlastingsonderzoek als alternatief dienen.

Ontwormingsadvies hond en kat

  • Pups: 2,4,6 en 8 weken leeftijd; vervolgens maandelijks tot 1 jaar.
  • Kittens: 3,5 en 7 weken leeftijd; vervolgens maandelijks tot 1 jaar.
  • Teef/Poes: Tegelijk met zogende pups/kittens
  • Overige dieren: Minimaal 4x per jaa

B)Toxocara Leonida: